ECLI:NL:RBDHA:2022:13954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen uitsluiting bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 30 september 2021. Nadat de staatssecretaris de asielaanvraag op 15 juni 2022 had ingewilligd, handhaafde eiser het beroep. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk was komen te vervallen.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser in beroep kon komen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit echter de toepassing van de artikelen over bestuurlijke dwangsommen op asielaanvragen uit, waardoor verweerder geen dwangsommen kan verbeuren.
Eiser voerde aan dat deze uitsluiting strijdig was met het Unierechtelijke gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die oordeelde dat de regeling niet in strijd is met het Unierecht omdat er alternatieve rechtsmiddelen zijn, zoals rechterlijke dwangsommen.
Daarom ontbrak het eiser aan procesbelang om het beroep voort te zetten, en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang door uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvragen.