ECLI:NL:RBDHA:2022:14052
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet
De eiser, van Marokkaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 18 september 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder op 6 oktober 2022 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
In dit vervolgberoep stond de vraag centraal of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek nog steeds rechtmatig was. De eiser stelde dat de toetsingen niet zelfstandig waren uitgevoerd, waardoor de bewaring onrechtmatig zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris op meerdere momenten de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel heeft beoordeeld, onder meer door gesprekken met de eiser over zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank vond deze toetsing voldoende volledig, aangezien de gronden voor de bewaring niet waren gewijzigd en de eiser geen nieuwe gronden aanvoerde om het voortduren van de maatregel onrechtmatig of onredelijk bezwarend te achten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.