ECLI:NL:RBDHA:2022:14056
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland volgens het Dublinverdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het hoofdberoep behandeld en daarbij geoordeeld dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen, mede omdat de rechtbank in de hoofdzaak reeds uitspraak heeft gedaan.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.