Eiser diende op 28 februari 2022 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De wettelijke beslistermijn van zes maanden verstreek op 28 augustus 2022 zonder dat een besluit werd genomen. Eiser stelde de staatssecretaris op 29 augustus 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank constateerde dat de staatssecretaris geen gebruik had gemaakt van de wettelijke verlengingsmogelijkheden en dat het beroep kennelijk gegrond was. Er werd vastgesteld dat een aanmeldgehoor op 10 maart 2022 had plaatsgevonden en dat geen nadere hoorzitting noodzakelijk was. De rechtbank bepaalde dat binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet worden genomen.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €379,50. De uitspraak werd gedaan door rechter W. Anker en griffier A.J.J. Sterks op 22 december 2022.