Eiser diende op 25 februari 2022 een asielaanvraag in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De wettelijke beslistermijn van zes maanden verstreek zonder dat een besluit werd genomen. Eiser stelde de staatssecretaris op 28 augustus 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de staatssecretaris geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de beslistermijn te verlengen. De rechtbank vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit en bepaalt dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €379,50. De rechtbank baseert zich op relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.