Eiseres diende op 8 september 2021 een asielaanvraag in waarop verweerder uiterlijk 8 maart 2022 had moeten beslissen. Verweerder heeft geen besluit genomen binnen de wettelijke beslistermijn van zes maanden en maakte geen gebruik van verlengingsmogelijkheden. Eiseres stelde verweerder op 2 mei 2022 rechtsgeldig in gebreke en diende vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat verweerder in gebreke blijft.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €379,50. De rechtbank baseert haar oordeel mede op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en de toepasselijkheid van de Algemene wet bestuursrecht in asielzaken.