Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 3 november 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen bij besluiten van 22 augustus 2022 ingewilligd. De rechtbank stelt vast dat hierdoor het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen.
Eisers voerden aan dat zij alsnog aanspraak konden maken op bestuurlijke dwangsommen, maar de rechtbank oordeelt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND dit uitsluit. Eisers betoogden dat deze wet in strijd is met het Unierecht, maar de rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en eerdere uitspraken dat de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen niet onverenigbaar is met het Unierecht.
De rechtbank verklaart de beroepen daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van eisers, vastgesteld op €379,50, vanwege het niet tijdig beslissen. De zaken worden als samenhangend beschouwd vanwege gelijktijdige indiening en het feit dat het gezinsleden betreft.