Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 14 september 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag bij besluit van 9 juni 2022 ingewilligd. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Eiseres handhaaft het beroep echter tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels op asielaanvragen uitsluit. Eiseres betwist de verenigbaarheid hiervan met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank volgt de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelt dat de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het Unierecht, omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn en het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel niet worden geschonden.
Daarom ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres wegens het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.