Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 november 2021. Inmiddels heeft verweerder de aanvraag op 5 augustus 2022 ingewilligd. Ondanks de inwilliging handhaaft eiser het beroep. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee geen procesbelang meer heeft en derhalve niet-ontvankelijk is.
Daarnaast onderzocht de rechtbank of eiser in beroep kan tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels uit bij asielaanvragen. Eiser betoogt dat dit strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank volgt echter de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelt dat de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht.
Omdat eiser met het beroep tegen het niet tijdig beslissen en de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen geen procesbelang heeft, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht van eiser om tegen het niet tijdig beslissen beroep in te stellen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.