Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 november 2021. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 15 juli 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Ondanks deze inwilliging handhaaft eiser zijn beroep.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft omdat de aanvraag is ingewilligd. Daarnaast is de vraag aan de orde of eiser in beroep kan komen tegen de vaststelling dat hij geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd is. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bepaalde bestuursrechtelijke artikelen uit op asielaanvragen, waardoor bestuurlijke dwangsommen niet kunnen worden verbeurd.
Eiser betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De rechtbank volgt echter de recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelt dat de uitsluiting niet in strijd is met het gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel van het Unierecht. Hierdoor ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen de bestuurlijke dwangsom.
Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Wel veroordeelt zij de staatssecretaris in de proceskosten van eiser vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvraag is ingewilligd en het procesbelang ontbreekt.