Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 5 november 2021. Inmiddels heeft verweerder de aanvraag bij besluit van 7 juli 2022 ingewilligd. Ondanks dat eiser het beroep handhaaft, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer heeft.
Daarnaast werd beoordeeld of eiser beroep kon instellen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels uit bij asielaanvragen. Eiser stelde dat deze wet in strijd is met het Unierecht, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De rechtbank overweegt dat het uitsluiten van bestuurlijke dwangsommen niet leidt tot ongunstigere procedurevoorschriften dan vergelijkbare situaties en dat het recht op internationale bescherming niet onnodig wordt bemoeilijkt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel recentelijk. Hierdoor ontbreekt ook procesbelang voor het beroep tegen de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 22 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.