Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder/
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 september 2021. Inmiddels heeft de verweerder de asielaanvraag bij besluit van 9 september 2022 ingewilligd. Ondanks de inwilliging handhaaft eiser het beroep. De rechtbank overweegt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee geen procesbelang meer heeft en derhalve niet-ontvankelijk is.
Daarnaast is de vraag aan de orde of eiser in beroep kan komen tegen de vaststelling dat geen bestuurlijke dwangsommen verschuldigd zijn. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND sluit de toepassing van bestuursrechtelijke dwangsomregels uit bij asielaanvragen. Eiser betwist de geldigheid hiervan vanwege vermeende strijd met het Unierecht. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en eerdere uitspraken dat de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen niet in strijd is met het Unierecht, omdat rechterlijke dwangsommen nog mogelijk zijn.
Gelet hierop ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen de vaststelling omtrent bestuurlijke dwangsommen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, vanwege het recht op beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.