Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 6 november 2021. Inmiddels heeft verweerder de aanvraag op 1 juli 2022 ingewilligd, waardoor het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig beslissen is komen te vervallen.
Eiseres handhaaft echter het beroep tegen de vaststelling dat zij geen bestuurlijke dwangsommen toekomen. De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND de toepassing van bestuurlijke dwangsommen op asielaanvragen uitsluit. Hoewel eiseres betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, oordeelt de rechtbank dat deze uitsluiting niet in strijd is met het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel, mede gelet op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarom ontbreekt ook het procesbelang voor het beroep tegen het niet toekennen van bestuurlijke dwangsommen. Het beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiseres wegens het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag is ingewilligd en bestuurlijke dwangsommen op asielaanvragen zijn uitgesloten.