Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen, die op 19 augustus 2021 zijn ingediend en op 6 september 2021 gecompleteerd. De wettelijke beslistermijn van zes maanden is verstreken zonder dat verweerder een besluit heeft genomen. Eisers hebben op 12 mei 2022 een ingebrekestelling gestuurd, die op 17 mei 2022 door verweerder is ontvangen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn en de ingebrekestelling heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank vernietigt het met een besluit gelijkgestelde niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Daarbij wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €7.500, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. De rechtbank baseert zich hierbij op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het 8+8-weken model voor redelijke termijn en zorgvuldigheid.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €379,50 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.