ECLI:NL:RBDHA:2022:14296
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen opschorting rijbewijs wegens drugsgebruik
Verzoekster is aangehouden nadat een verbalisant in burger zag dat zij een ballon met vloeistof innam en vertoonde onrustig gedrag. Bloedonderzoek toonde GHB en alcohol in haar bloed aan, boven de toegestane grenswaarden. Verweerder legde op grond hiervan een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste de geldigheid van haar rijbewijs tot de uitslag van dat onderzoek bekend is.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat de gevolgen van het besluit haar onevenredig hard treffen vanwege haar eenmanszaak in de feestbranche en haar rol als alleenstaande ouder met een kind met eczeem.
De voorzieningenrechter erkende de impact op verzoekster maar oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende uitzonderlijk zijn om de dwingende regelgeving buiten toepassing te laten. Het gebruik van GHB achter het stuur en het gevaar voor de verkeersveiligheid wegen zwaarder. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Verzoekster heeft het onderzoek inmiddels ondergaan en bij een goede uitslag zal verweerder haar rijgeschiktheid opnieuw beoordelen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de opschorting van het rijbewijs wordt afgewezen.