ECLI:NL:RBDHA:2022:14449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en pushbacks in Bulgarije
Eiser, met de Afghaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij eerder in Bulgarije een verzoek had gedaan. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht. Eiser voerde aan dat hij minderjarig was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege de situatie in Bulgarije, waaronder pushbacks en mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat eiser meerderjarig is omdat hij dit niet aannemelijk had betwist met documenten of onderbouwing, waardoor verweerder geen leeftijdsonderzoek hoefde te doen. Vervolgens stelde de rechtbank vast dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije niet meer kan worden aangenomen vanwege de structurele pushbacks en schendingen van asielprocedures.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de risico's voor Dublinclaimanten na overdracht aan Bulgarije en dat het besluit in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd.