ECLI:NL:RBDHA:2022:14558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 augustus 2022
Publicatiedatum
9 januari 2023
Zaaknummer
NL21.20130
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, 2019/C 384 I/01
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument op grond van Terugtrekkingsakkoord

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van het Terugtrekkingsakkoord. Deze aanvraag werd op 6 oktober 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd op 1 december 2021 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De rechtbank behandelde het beroep op 29 juli 2022, samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker verscheen met zijn gemachtigde en een tolk, terwijl de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op de zitting werd vastgesteld dat de hoofdzaak inmiddels is beslist, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

De voorzieningenrechter oordeelde daarom dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Ook werd geoordeeld dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 11 augustus 2022 en is definitief, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.20130
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F.H.M. Maas).

Procesverloop

In het besluit van 6 oktober 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om een verblijfsdocument voor bepaalde tijd op grond van het Terugtrekkingsakkoord1 afgewezen.
In het besluit van 1 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.20128, op 29 juli 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer van Brunschot. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.20128, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
1. Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot -Brittannië en Noord- Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, 2019/C 384 I/01.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
11 augustus 2022

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.