De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Egyptische asielzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Het bestreden besluit van 19 november 2021 wees de aanvraag af wegens een ongeloofwaardig relaas, gekenmerkt door inconsistenties en wisselende verklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht concludeerde dat de asielzoeker niet betrouwbaar was in zijn verklaringen over bedreigingen door een familie. Zo waren er tegenstrijdigheden over het aantal bedreigingen, het gebruik van simkaarten en het tijdstip waarop de dreigtelefoontjes stopten. Ook ontbraken concrete aanwijzingen dat de bedreigingen daadwerkelijk van de genoemde familie afkomstig waren.
De rechtbank verwierp de stelling dat de asielzoeker onvoldoende gelegenheid had gekregen om inconsistenties toe te lichten, en concludeerde dat de toelichting van de staatssecretaris voldoende was. De aanvraag werd daarom terecht als ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.