ECLI:NL:RBDHA:2022:14591
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig asielrelaas en veilig land van herkomst
Eiser, een Georgische nationaliteit dragende man, diende een asielaanvraag in na een strafrechtelijke veroordeling wegens mishandeling. Hij stelde bedreigd te zijn door Tsjetsjeense strijders vanwege zijn online uitlatingen over Russische bezetting en invasie. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, oordelend dat het asielrelaas ongeloofwaardig was en Georgië als veilig land van herkomst kon worden beschouwd.
De rechtbank bevestigde dat eiser niet in een acute noodsituatie verkeerde bij zijn aanvraag, mede omdat hij bijna vier maanden na binnenkomst pas asiel aanvroeg. De bedreigingen werden niet geloofwaardig geacht vanwege inconsistenties, het ontbreken van concrete details en het feit dat eiser geen bescherming van autoriteiten zocht. Ook was het onduidelijk waarom Georgië niet als veilig land kon gelden, ondanks de aanwezigheid van Russische troepen.
Eiser was niet verschenen bij de zitting en kon niet aantonen dat hij de appelzitting van zijn strafzaak daadwerkelijk wilde bijwonen, waardoor het inreisverbod niet onredelijk werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het inreisverbod blijft van kracht.