ECLI:NL:RBDHA:2022:14602
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens aanhoudingsbeslissing in kort geding
In deze zaak hebben verzoekers een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die in een kort geding de behandeling van de hoofdzaak heeft aangehouden zonder verzoekers in de gelegenheid te stellen te reageren. De aanhouding volgde op een verzoek van de wederpartij om uitstel vanwege de wens tot rechtsbijstand.
De wrakingskamer oordeelt dat een beslissing tot aanhouding een procedurele beslissing betreft die geen grond voor wraking kan vormen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid opleveren. Dit is hier niet het geval. De rechter heeft gehandeld volgens het procesreglement, waarbij het verzoek tot uitstel conform de regels is gehonoreerd.
Verder is geen algemene regel dat een rechter een verzoek om aanhouding aan de wederpartij moet voorleggen voordat hij daarop beslist. De wrakingskamer ziet geen aanwijzingen dat de rechter vooruitliep op de inhoudelijke beoordeling of partijdig was jegens verzoekers.
Het wrakingsverzoek wordt daarom afgewezen en het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wegens de aanhoudingsbeslissing wordt afgewezen en het proces wordt voortgezet.