ECLI:NL:RBDHA:2022:14633

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 december 2022
Publicatiedatum
12 januari 2023
Zaaknummer
22/7501
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 5.1 WnbArt. 3:18 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij intrekking Wnb-vergunning

De Vereniging Natuur- en Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee heeft bij het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een verzoek ingediend tot intrekking van een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning die aan een bedrijf was verleend. De aanvraag dateert van 24 juni 2022. Eiseres stelde dat verweerder niet tijdig had beslist en diende op 23 oktober 2022 een ingebrekestelling in.

Verweerder stelde dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing was, waardoor een beslistermijn van zes maanden geldt in plaats van de reguliere dertien weken uit de Wnb. De rechtbank bevestigde dat de uov passend is vanwege de Habitatrichtlijn en de Natura 2000-gebieden, en dat de beslistermijn bovendien was opgeschort vanwege het verzoek om nadere gegevens.

De rechtbank concludeerde dat de ingebrekestelling van 23 oktober 2022 prematuur was omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 23 december 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/7501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 december 2022 in de zaak tussen

de Vereniging Natuur- en Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee (NLGO), uit Goeree-Overflakkee, eiseres
(gemachtigde: dr. J.C.K.W. Bartel),
en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 24 juni 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen moet hij per brief het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog geen besluit is, dan kan er beroep worden ingesteld. [1]
3. Op 24 juni 2022 heeft eiseres verweerder verzocht de op 2 februari 2017 aan [bedrijf] B.V. verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) in te trekken. Op 23 oktober 2022 heeft eiseres de ingebrekestelling bij verweerder ingediend.
4. Op 7 november 2022 heeft verweerder een besluit genomen op de ingebrekestelling en besloten geen dwangsom toe te kennen omdat de beslistermijn nog niet is verstreken en de ingebrekestelling prematuur is.
5. Eiseres stelt dat verweerder niet tijdig op haar aanvraag heeft beslist, omdat de wettelijke beslistermijn van dertien weken, verlengd met de termijn voor het aanleveren van nadere gegevens, is verstreken.
6. Ingevolge artikel 5.1, eerste lid, van de Wnb wordt binnen dertien weken na de datum van ontvangst op een aanvraag om een bij of krachtens de Wnb vereiste vergunning of ontheffing beslist.
7. Onder verwijzing naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie [2] en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State [3] heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat voor besluiten met betrekking tot vergunningen voor Natura 2000-gebieden op grond van de Wnb de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van afdeling 3.4 van de Awb gehanteerd dient te worden. Er geldt daarom een beslistermijn van zes maanden. Op het moment van de ingebrekestelling was de beslistermijn daarom nog niet overschreden, aldus verweerder.
8. De rechtbank overweegt dat uit de door verweerder aangehaalde jurisprudentie volgt dat inspraakmogelijkheden dienen te worden geboden bij de voorbereiding van besluiten in het kader van de Habitatrichtlijn. De aanvraag van eiseres om intrekking van genoemde Wnb-vergunning is een dergelijk besluit. Nu de uov voldoet aan de vereisten met betrekking tot inspraak heeft verweerder er daarom terecht voor gekozen om de uov toe te passen op de aanvraag van eiseres. Dat betekent dat niet de beslistermijn van dertien weken uit artikel 5.1, eerste lid, van de Wnb geldt maar die van zes maanden uit artikel 3:18, eerste lid, van de Awb. In de onderhavige procedure is de beslistermijn ook nog opgeschort in de periode van 31 augustus 2022 tot en met 5 september 2022 in afwachting van nader door eiseres aan te leveren gegevens. Dat betekent dat de beslistermijn in dit geval eindigt op 30 december 2022.
9. Eiseres heeft verweerder op 23 oktober 2022 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Dat betekent dat deze ingebrekestelling prematuur is en daarom niet geldig. Dat maakt dat aan eiseres geen rechtstreeks beroep openstond tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
10. De rechtbank verklaart het beroep van eiseres niet-ontvankelijk.
11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. L.F.A. Bouwens-Bos, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2022.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Uitspraak van 8 november 2016, ECLI:EU:C:2016:838.
3.Uitspraak van 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507.