Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 december 2022 in de zaak tussen
[eiser] , eiser, uit [woonplaats] ,
het college van burgemeester en wethouders van Leiden, verweerder
Woningstichting Ons Doel, te Leiden (vergunninghoudster).
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 28 december 2022 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden om een omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk plaatsen van 16 wooneenheden op een grasveld aan de Verdamstraat. Deze wooneenheden zijn bestemd voor ex-thuis- en daklozen en het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan dat de bestemming 'Groenvoorzieningen' en 'Beschermd stadsgezicht' omvat.
De rechtbank oordeelt dat het bouwplan niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer). De omvang en ruimtelijke uitstraling zijn beperkt en de locatie ligt in een stedelijke omgeving met grotere omliggende gebouwen. De negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat van eiser zijn niet zodanig dat de vergunning niet verleend had mogen worden. Er is geen sprake van onaanvaardbare inkijk, uitzichtbelemmering, schaduwwerking of geluidsoverlast.
Verder is vastgesteld dat het verlies van een substantieel deel van het speelveld wordt gecompenseerd door herinrichting en nabijgelegen alternatieve speel- en sportvoorzieningen. De rechtbank vindt het onderzoek naar alternatieve locaties zorgvuldig en transparant uitgevoerd en oordeelt dat eiser niet heeft onderbouwd dat er een alternatieve locatie met aanmerkelijk minder bezwaren bestond ten tijde van het besluit. Tenslotte is het participatietraject niet gebrekkig in die zin dat dit het besluit zou kunnen beïnvloeden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.