ECLI:NL:RBDHA:2022:14726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Irak wegens ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel vanwege vermeende bedreigingen en mishandelingen na eenmalig seksueel contact met een man in Irak en vanwege zijn alcoholgebruik en niet-praktiseren van de islam. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, mede vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiser bij verschillende gehoormomenten.
De rechtbank oordeelde dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen over de relatie met de man en de aard van de mishandelingen zodanig waren dat verweerder deze in redelijkheid mocht tegenwerpen. Daarnaast was het niet aannemelijk dat de problemen met alcoholgebruik en niet-praktiseren van de islam de reden waren voor vertrek uit Irak, mede gelet op het algemeen ambtsbericht.
Eiser voerde aan dat het aanmeldgehoor niet bedoeld was om asielmotieven te bespreken, maar de rechtbank stelde dat spontane verklaringen in dat gehoor wel in aanmerking mochten worden genomen. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wegens ongeloofwaardige en tegenstrijdige verklaringen.