ECLI:NL:RVS:2018:729
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag wegens kennelijke ongegrondheid
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling op 23 september 2017 af wegens kennelijke ongegrondheid op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling kennelijk inconsequente, tegenstrijdige en ongeloofwaardige verklaringen had afgelegd over zijn weigering van de militaire dienstplicht en de omstandigheden daaromheen. De staatssecretaris had deze motivering deugdelijk onderbouwd en mocht concluderen dat aan de verklaringen van de vreemdeling alle overtuigingskracht ontbrak.
Daarmee was het besluit van de staatssecretaris om de aanvraag als kennelijk ongegrond af te wijzen terecht. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, waardoor het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De asielaanvraag van de vreemdeling wordt als kennelijk ongegrond afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.