ECLI:NL:RBDHA:2022:14756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onterecht verwaarlozen schadeverleden en juiste nieuwprijs
De zaak betreft een geschil over een naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd door de Belastingdienst. Eiser had een bedrag aan Bpm voldaan op basis van een taxatierapport waarin een waardevermindering wegens schadeverleden was toegepast. Verweerder hief een hogere naheffingsaanslag op, gebaseerd op een rapport zonder waardevermindering.
De rechtbank oordeelt dat het schadeverleden van de auto niet aannemelijk maakt dat een blijvende waardevermindering van 15% gerechtvaardigd is. De bewijslast hiervoor rust op eiser, die onvoldoende onderbouwing leverde. Daarnaast is vastgesteld dat de historische nieuwprijs van de auto € 65.717 bedraagt, gebaseerd op de eigen CO2-uitstoot en niet op referentieauto’s.
Hierdoor is de naheffingsaanslag te hoog vastgesteld. Na correctie van het afschrijvingspercentage en de extra leeftijdskorting vermindert de rechtbank de naheffingsaanslag tot € 11.197. De rentebeschikking wordt dienovereenkomstig aangepast. Tevens worden de proceskosten van eiser toegewezen. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en rentebeschikking worden verminderd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.