Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd voor een tweedehands BMW 520D X-Drive afkomstig uit Zuid-Korea. De discussie betrof de juiste vaststelling van de CO2-uitstoot en de handelsinkoopwaarde van de beschadigde auto.
De rechtbank had de aanslag gehandhaafd, waarbij zij uitging van een lagere CO2-uitstoot van referentieauto’s en een hogere handelsinkoopwaarde dan belanghebbende stelde. Het hof oordeelde dat de CO2-uitstoot van de auto zelf, vastgesteld via het RDW Voertuigbeeld, bepalend is en niet die van referentieauto’s. Daarnaast stelde het hof de handelsinkoopwaarde vanwege schade in goede justitie vast op € 24.100, lager dan de rechtbank aannam.
Hierdoor werd de naheffingsaanslag BPM verminderd van € 9.828 naar € 4.865 en werd ook de belastingrente aangepast. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur in de proceskosten en griffierechten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd.