ECLI:NL:RBDHA:2022:14793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht aan Italië op grond van Dublinverordening bij bijzondere kwetsbaarheid
Eiseres, een achttienjarige zwangere vrouw die slachtoffer is van verkrachting, verzocht Nederland om haar asielaanvraag in behandeling te nemen. Verweerder wees dit af omdat Italië op grond van artikel 12, tweede lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Italië had een overnameverzoek geaccepteerd. Eiseres voerde aan dat zij het visum niet had gebruikt en dat de situatie in Italië onmenselijke behandeling kan veroorzaken, mede vanwege haar bijzondere kwetsbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van de registratie in het EU-Vis en dat het niet gebruiken van het visum niet vereist is voor overdracht. De aangevoerde rapporten over slechte opvang in Italië boden onvoldoende grond om het interstatelijk vertrouwensbeginsel te verwerpen. Hoewel eiseres als bijzonder kwetsbaar werd aangemerkt, was er geen sprake van een onevenredige hardheid die overdracht zou verbieden.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de bevoegdheid van artikel 17 Dublinverordening Pro terughoudend toepast en dat de omstandigheden van eiseres niet tot een uitzondering leiden. Er is onvoldoende bewijs dat Nederland het meest aangewezen land is voor haar medische zorg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overdracht aan Italië wordt ongegrond verklaard.