Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker] ,verzoeker,
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, van Iraakse nationaliteit, hadden een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 juli 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen hadden verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
Op 29 juli 2022 heeft de Staatssecretaris de bestreden besluiten ingetrokken en aangegeven dat opnieuw op de aanvragen zal worden beslist. Verzoekers hebben hun beroep gehandhaafd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 2 augustus 2022 behandeld.
Gezien de intrekking van de besluiten en de lopende beroepsprocedure acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 17 augustus 2022 en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bestreden besluiten zijn ingetrokken.