ECLI:NL:RBDHA:2022:14854
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel en status in Roemenië
Eiseres, van Syrische nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend in Nederland, waarvan eerdere aanvragen niet-ontvankelijk zijn verklaard vanwege het interstatelijk vertrouwensbeginsel met betrekking tot haar status in Roemenië. De huidige aanvraag is eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen nieuwe elementen of bevindingen heeft aangevoerd die de kans op internationale bescherming aanzienlijk vergroten.
De rechtbank overweegt dat eiseres internationale bescherming geniet in Roemenië, wat wordt bevestigd door een Roemeens verblijfsdocument en EURODAC-gegevens. Er is geen bewijs dat deze status is beëindigd, ingetrokken of vervallen. De rechtbank volgt de uitleg dat het enkele verstrijken van de geldigheidsduur van het verblijfsdocument niet aantoont dat de vluchtelingenstatus is beëindigd.
Eiseres heeft aangevoerd dat de Roemeense autoriteiten haar status hebben beëindigd en dat Nederland verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag, onder verwijzing naar Europese regelgeving. De rechtbank oordeelt echter dat deze regelgeving niet van toepassing is zolang de status in Roemenië voortduurt. Ook het beroep op gezinsleven in Nederland faalt, omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld die een ambtshalve beoordeling rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat geen nieuwe elementen zijn aangevoerd en dat het bestreden besluit terecht is genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag bevestigd.