ECLI:NL:RBDHA:2022:14869

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
NL22.8455
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vreemdelingenwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen ingangsdatum verblijfsvergunning asiel

Eiser heeft een opvolgende aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel ingediend, waarbij hij betwist dat de ingangsdatum van de vergunning correct is vastgesteld op 17 maart 2021. Hij stelt dat de ingangsdatum moet zijn vastgesteld op 20 maart 2018, de datum van zijn eerste asielaanvraag.

De rechtbank heeft beoordeeld of de aanvraag van eiser moet worden gezien als een verzoek om bestuurlijke heroverweging van eerdere besluiten of als een opvolgende aanvraag. Uit de aanvraag en de bijbehorende stukken blijkt niet dat eiser een heroverweging heeft verzocht. Ook de brief van de UNHCR bevat geen verzoek tot heroverweging.

De rechtbank overweegt dat hoewel eiser vreest voor zijn veiligheid vanwege zijn seksuele geaardheid, dit op zichzelf geen verzoek om heroverweging inhoudt. De aanvraag bevat nieuwe feiten, zoals een grondwetswijziging in Rusland en een dreigbrief uit 2020, die niet eerder aan de orde waren.

De rechtbank benadrukt het belang van rechtszekerheid en volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verblijfsvergunning is daarom terecht verleend met ingang van 17 maart 2021. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.8455
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.L. van Leer), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Procesverloop

Bij besluit van 14 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet (Vw).
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 14 september 2022 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Batalava. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Op 17 maart 2021 heeft eiser onderhavige opvolgende aanvraag asiel ingediend. Aan eiser is bij besluit van 14 april 2022 een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw met ingang van 17 maart 2021.
3. Eiser is het niet eens met de ingangsdatum van de verleende vergunning. Deze dient volgens eiser 20 maart 2018 te zijn, de datum van zijn eerste asielaanvraag.
4. De rechtbank moet beoordelen of sprake is van een verzoek om bestuurlijke heroverweging of een opvolgende aanvraag. De rechtbank wijst hierbij op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 7 juli 2021.1
5. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat de aanvraag moet worden aangemerkt als een verzoek om bestuurlijke heroverweging. Met verweerder stelt de rechtbank vast dat uit de aanvraag in het geheel niet blijkt dat eiser daarmee ook heeft verzocht om een bestuurlijke heroverweging van de besluiten op zijn eerdere asielaanvragen. In de brief van de UNHCR ziet de rechtbank ook geen verzoek om een heroverweging. Ook eisers stelling dat hij in de voorgaande procedures al naar voren heeft gebracht dat hij te vrezen heeft vanwege zijn seksuele geaardheid, betekent op zichzelf nog niet dat daarmee in feite om bestuurlijke heroverweging wordt verzocht.
6. Tegelijkertijd bevat de aanvraag verschillende aanknopingspunten voor de stelling dat daarmee juist niet om bestuurlijke heroverweging werd verzocht. Zo wordt in de toelichting op de aanvraag, onder punt 4.18, naar voren gebracht dat een van de redenen voor de aanvraag, de grondwetswijziging in Rusland, eerder nog niet aan de orde was. Daarnaast heeft eiser een dreigbrief overgelegd die hij heeft ontvangen in 2020 en hij heeft deze niet eerder overgelegd. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat eiser in de aanvraag heeft betoogd dat zijn eerdere aanvragen alsnog, met terugwerkende kracht, moeten worden ingewilligd.
7. De rechtbank is het met eiser eens dat dit enigszins formalistisch is, maar deze formele regel heeft ook een achtergrond en dat is, zoals op de zitting is besproken, de rechtszekerheid. Eiser heeft op dit moment bescherming als vluchteling en kan alsnog een aanvraag om bestuurlijke heroverweging doen. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van wat de ABRvS hierover heeft overwogen in de uitspraken van juli 2021.
8. Verweerder heeft daarom terecht de verblijfsvergunning verleend met ingang van 17 maart 2021.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2022 door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van mr. T.R. Oosterhoff - Vos, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
23 september 2022

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.