ECLI:NL:RVS:2021:1430
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum verblijfsvergunning asiel na beleidswijziging risicogroep Afghanistan
De vreemdeling uit Afghanistan diende op 29 oktober 2014 een eerste asielaanvraag in, gebaseerd op bedreigingen door de Taliban vanwege haar werk als arts. Deze aanvraag werd in 2015 afgewezen. Na een beleidswijziging in maart 2017 waarbij vrouwen in de publieke gezondheidszorg als risicogroep werden aangemerkt, diende zij een tweede asielaanvraag in die in januari 2018 werd ingewilligd met een ingangsdatum van 29 augustus 2017.
De rechtbank stelde in juli 2020 de ingangsdatum van de verblijfsvergunning vast op 29 oktober 2014, de datum van de eerste aanvraag, en vernietigde het besluit van de staatssecretaris dat de ingangsdatum later legde. De rechtbank motiveerde dit met het feit dat de vreemdeling vanaf die datum al aan de vereisten voldeed op grond van het ambtsbericht Afghanistan.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat slechts bij een evident onjuist eerder besluit een eerdere ingangsdatum kan worden vastgesteld, en dat de beleidswijziging in maart 2017 leidde tot de erkenning van de risicogroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de ingangsdatum op 29 oktober 2014 had gesteld, omdat de vreemdeling toen nog geen deel uitmaakte van een risicogroep. De ingangsdatum werd daarom vastgesteld op 29 maart 2017, de datum van de beleidswijziging.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover zij zelf in de zaak had voorzien en de ingangsdatum had vastgesteld. De Afdeling bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 29 april 2020.
Uitkomst: De ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel wordt vastgesteld op 29 maart 2017, aansluitend bij de beleidswijziging risicogroep.