ECLI:NL:RBDHA:2022:14892
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboetes wegens grove schuld bij niet-aangegeven Zwitserse bankrekening
Eiseres en haar echtgenoot hadden vermogen op een Zwitserse bankrekening niet aangegeven in hun IB/PVV-aangiften over de jaren 2007 en 2012 tot en met 2015. De Belastingdienst legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens het niet aangeven van dit vermogen. Eiseres maakte bezwaar tegen de boetes, die werden gehandhaafd, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet, omdat eiseres niet zelf de gegevens aan de gemachtigde verstrekte en niet bewust de kans aanvaardde dat te weinig belasting werd betaald. Wel was sprake van grove schuld, omdat eiseres op de hoogte was van het vermogen en het contante geld, en redelijkerwijs had moeten begrijpen dat het niet aangeven tot te weinig belasting zou leiden.
De rechtbank matigde daarom de vergrijpboetes tot 25% voor 2007 en 75% voor de overige jaren. De aankondiging van de boetes was tijdig en correct. De beroepen werden gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank matigde de vergrijpboetes wegens grove schuld en verklaarde de beroepen gegrond.