ECLI:NL:RBDHA:2022:14946
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken feitelijke gezinsband
Eiseres, met de Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf onder de regeling 'nareis' om bij haar echtgenoot, een Egyptische asielstatushouder in Nederland, te verblijven. Verweerder wees dit verzoek af omdat eiseres niet feitelijk tot het gezin van de referent behoorde op het moment van diens binnenkomst in Nederland, het peilmoment.
Eiseres voerde aan dat er wel degelijk sprake was van een feitelijke gezinsband, ondanks het ontbreken van samenwoning en het feit dat zij niet bij de binnenkomst van haar echtgenoot was genoemd vanwege familieconflicten. Verweerder stelde dat de datum van binnenkomst bepalend is en dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende waren om een feitelijke gezinsband aan te tonen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor nareis omdat zij niet feitelijk tot het gezin van de referent behoorde op het peilmoment. De rechtbank verwierp het argument dat verweerder een samenwoningseis hanteerde en stelde dat de hoorplicht niet was geschonden. De belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro werd niet toegepast omdat deze niet deel uitmaakt van de toetsing bij nareis.
Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis is ongegrond verklaard.