ECLI:NL:RBDHA:2022:14947
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning mensenhandel en wijziging verblijfsdoel
Eiseres, met de Venezolaanse nationaliteit, beschikte over een verblijfsvergunning regulier in het kader van de Verblijfsregeling Mensenhandel. Na een sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie (OM) inzake mensenhandel, trok verweerder de verblijfsvergunning in en wees de aanvragen tot verlenging en wijziging af. Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was en in strijd met Richtlijn 2004/81/EG, omdat Nederland geen bescherming biedt aan slachtoffers van mensensmokkel, en verweerde zich tegen het ontbreken van een zelfstandige bestuursrechtelijke beoordeling en het niet horen in bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat Nederland niet verplicht is de Richtlijn toe te passen op slachtoffers van mensensmokkel en dat verweerder terecht het oordeel van het OM overnam dat er geen sprake was van mensenhandel. Eiseres bracht onvoldoende concrete aanknopingspunten naar voren om dit oordeel te betwijfelen. Ook was het besluit zorgvuldig gemotiveerd en mocht verweerder afzien van het horen in bezwaar omdat geen reden bestond voor een ander oordeel.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen connexiteit meer bestond na uitspraak in het beroep. Verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 28 september 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en afwijzing van de wijzigingsaanvraag wordt ongegrond verklaard; het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.