ECLI:NL:RBDHA:2022:14971
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken duurzame relatie en onvoldoende middelen
Eiseres heeft voor zichzelf en haar minderjarige kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar partner (referent) te verblijven. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvragen af wegens het ontbreken van bewijs voor een duurzame en exclusieve relatie en onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan van de referent.
Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank. Tijdens de zitting was eiseres niet aanwezig, maar werd zij vertegenwoordigd door referent, die tevens haar gemachtigde is.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht ongegrond was verklaard omdat eiseres en referent onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat aan de voorwaarden voor verblijf was voldaan. Het argument dat door de coronapandemie geen foto’s konden worden ingediend, werd niet doorslaggevend geacht, mede omdat de foto’s niet daadwerkelijk waren overgelegd en deze alleen betrekking hebben op de relatie en niet op de middelen van bestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.