ECLI:NL:RBDHA:2022:14992
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verweerder heeft een terugnameverzoek naar Italië gestuurd, dat niet tijdig werd geaccepteerd, waardoor een fictief claimakkoord is ontstaan.
Eiser verzocht om uitstel voor het indienen van een zienswijze, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het niet voldeed aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire. De rechtbank oordeelde dat het niet verschijnen van eiser op een afspraak met zijn gemachtigde geen bijzondere omstandigheid vormt die uitstel rechtvaardigt. De beslissing van verweerder om de aanvraag niet in behandeling te nemen was daarom niet onzorgvuldig.
Verder voerde eiser aan dat hij in Italië al drie keer was afgewezen en vreest voor vervolging door criminele personen. De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië, en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn geval niet geldt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet-behandelen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.