ECLI:NL:RBDHA:2022:15129
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door verweerder is afgewezen bij besluit van 31 maart 2022. Verzoeker stelde beroep in tegen het bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat de rechtbank uitspraak doet.
Verweerder heeft aangegeven geen verzet te maken tegen de voorlopige voorziening en verzocht om aanhouding van het beroep wegens nader onderzoek. Beide partijen hebben afgezien van het recht op mondelinge behandeling, waarna de voorzieningenrechter het onderzoek achterwege liet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk gegrond is en wijst het toe. Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het beroep is afgerond. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759 en het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D. Biever en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker niet mag worden uitgezet tot uitspraak op het beroep.