ECLI:NL:RBDHA:2022:15131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel met Roemenië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Roemenië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overweegt dat Nederland op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag uitgaan van de correcte behandeling van asielaanvragen door Roemenië. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit vertrouwensbeginsel niet geldt, ondanks verwijzingen naar pushbacks en verslechterde opvang in Roemenië.
De rechtbank concludeert dat de rapporten geen concrete aanwijzingen geven dat eiser als Dublinclaimant in Roemenië zal worden blootgesteld aan onrechtmatige pushbacks of ontoereikende opvang. Ook is vastgesteld dat Roemenië de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag heeft aanvaard en dat de overdracht binnen de wettelijke termijn kan plaatsvinden.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Catsburg en griffier Zwijnenberg op 14 november 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.