ECLI:NL:RBDHA:2022:15268
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling afgewezen wegens risico op onttrekken toezicht
Eiser, een Servische vreemdeling, werd op 16 november 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 28 november 2022 via een beeldverbinding.
Eiser voerde aan dat hij het gehoor voorafgaand aan de bewaring zonder advocaat heeft moeten ondergaan, terwijl hij slechts kort met een advocaat had gesproken die geen tijd had om hem bij te staan. De rechtbank oordeelde echter dat dit afweek van eerdere jurisprudentie omdat eiser voorafgaand aan het gehoor wel contact had met een advocaat en daardoor voldoende geïnformeerd was over zijn rechten. Er was geen sprake van schending van het verdedigingsbeginsel.
Daarnaast stelde verweerder dat er sprake was van een risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken, mede omdat hij sinds 2019 bekend was met de verplichting Nederland te verlaten, maar hieraan niet had voldaan. Eiser beschikte niet over een vaste verblijfplaats en verweerder had onvoldoende informatie om een borgsom te overwegen. De rechtbank vond de gronden voor bewaring voldoende en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.