ECLI:NL:RBDHA:2022:15301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielberoep en toewijzing proceskostenvergoeding wegens ingetrokken besluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag door de Staatssecretaris. Tevens was een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. Nadat de Staatssecretaris het bestreden besluit introk en alsnog een verblijfsvergunning asiel verleende, trok verzoeker het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening in.
Verzoeker vorderde vervolgens vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris aan het beroep was tegemoetgekomen, waardoor toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding passend was. De kosten werden vastgesteld op €189,75, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en een wegingsfactor van 0,25.
De rechtbank wees erop dat het beroep en het verzoek tot voorlopige voorziening gelijktijdig en met identieke werkzaamheden door dezelfde rechtsbijstandverlener waren ingediend, waardoor slechts één proceshandeling werd gerekend. De zaak werd als zeer licht van gewicht beoordeeld omdat er geen inhoudelijke gronden voor het beroep en de voorlopige voorziening waren ingediend.
De uitspraak werd gedaan door rechter S.G.M. van Veen en griffier M. van Ettikhoven op 7 december 2022 in Utrecht, en is zonder zitting gewezen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €189,75 aan proceskosten aan verzoeker.