ECLI:NL:RVS:2014:1522
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging uitspraak over verblijfsvergunning asiel en proceskostenvergoeding
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 22 maart 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter heeft dit besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij was gedeserteerd, mede gelet op de legale wijze van uitreis en de geloofwaardigheid van haar verklaring over het verkrijgen van het uitreisvisum.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris zich ten onrechte op het standpunt stelde dat de vreemdeling zonder risico vrijwillig naar Eritrea kon terugkeren, gezien de overschrijding van het uitreisvisum en het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
Ten slotte werd geoordeeld dat de voorzieningenrechter de proceskostenvergoeding ten onrechte te hoog had vastgesteld, omdat het verzoek om een voorlopige voorziening in het beroepschrift was vervat en dus geen afzonderlijke proceshandeling vormde. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot een aangepaste proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak deels vernietigd (proceskostenvergoeding) en deels bevestigd (inhoudelijke beoordeling asielaanvraag).