ECLI:NL:RBDHA:2022:15316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling arbeidsongeschiktheid met deskundigenrapport
Eiseres, laatstelijk werkzaam als inpakster, meldde zich ziek op 25 oktober 2018 en ontving een Ziektewetuitkering vanaf 16 november 2018. Verweerder beëindigde haar uitkering per 22 december 2019 op grond van een verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige beoordeling, waarbij werd geconcludeerd dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen.
Eiseres betwistte dit besluit en voerde aan dat haar fysieke en psychische klachten, waaronder een autismestoornis, onvoldoende waren meegewogen. Tijdens de procedure werden meerdere rapporten van verzekeringsartsen en een onafhankelijke deskundige ingewonnen, die allen concludeerden dat eiseres niet volledig arbeidsongeschikt is en dat een urenbeperking niet medisch is geïndiceerd.
De rechtbank volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige die aanvullende beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren aannam, maar geen urenbeperking. De arbeidsdeskundige bevestigde dat eiseres meer dan 65% van haar loon kan verdienen. De rechtbank achtte het onderzoek zorgvuldig en zag geen aanleiding om van het deskundigenrapport af te wijken.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 december 2019. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 22 december 2019.