ECLI:NL:CRVB:2022:1478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met ASS-beperkingen
Appellant vroeg in 2009 een Wajong-uitkering aan vanwege ADHD-gerelateerde klachten. Het UWV stelde destijds een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarin minder dan 25% arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld, waardoor de aanvraag werd afgewezen. In 2019 diende appellant een nieuwe aanvraag in met de aanvullende diagnose autisme spectrum stoornis (ASS). Het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit, stellende dat de beperkingen in de FML van 2010 voldoende rekening hielden met de ASS.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad vond dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende had gemotiveerd dat de FML van 2010 de beperkingen door ASS, zoals rigiditeit, gefixeerde interesses en gestoorde zintuiglijke informatieverwerking, voldoende omvatte. Het rapport van 15 juni 2021 door Van Oort en Rammeloo toonde overtuigend aan dat appellant een urenbeperking van circa 20 uur per week nodig heeft.
De Raad concludeerde dat appellant vanaf 17-18-jarige leeftijd meer dan 25% arbeidsongeschikt is en dus jonggehandicapte in de zin van de Wajong. Het besluit van 29 juni 2010 was daarmee onjuist. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de vastgestelde beperkingen en urenbeperking, en de proceskosten worden aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen door ASS en een urenbeperking van circa 20 uur per week.