ECLI:NL:RBDHA:2022:15340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening Polen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
De rechtbank overweegt dat Nederland op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ervan uit mag gaan dat Polen zijn verdragsverplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat dit in zijn geval anders is, ondanks verwijzingen naar rapporten over de situatie in Polen en zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van bijzondere of individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De medische situatie van eiser kan in Polen adequaat worden behandeld en er is geen bewijs dat hij systematisch in detentie wordt geplaatst of geen toegang heeft tot een eerlijk rechtsmiddel.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.