Eiser, een Gambische nationaliteit dragende persoon, diende in 2020 zijn tweede asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag in Italië niet in behandeling werd genomen. Hij stelde dat hij Gambia had verlaten vanwege persoonlijke omstandigheden en de wens om een beter leven in Europa op te bouwen. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een fysieke handtekening op het besluit niet betekent dat het besluit geen rechtskracht heeft. Eiser had geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd die een korter inreisverbod rechtvaardigen, en de rechtbank volgde de verweerder in de beoordeling dat het inreisverbod conform de geldende regelgeving was opgelegd.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen gegronde vrees voor ernstige schade bij terugkeer had aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.