ECLI:NL:RVS:2012:BW9112
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en gebrekkig gehoor
De vreemdeling werd op 31 januari 2012 geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod, opgelegd door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State onderzocht onder meer de bevoegdheid tot uitvaardiging van het inreisverbod en de motivering van de duur ervan. Het inreisverbod was uitgevaardigd door een inspecteur van het regionaal politiekorps Limburg-Noord, tevens hulpofficier van justitie, wat volgens de Raad binnen de wettelijke kaders viel. Wel oordeelde de Raad dat het voorafgaande gehoor niet voldeed aan de vereiste waarborgen, omdat de vreemdeling niet adequaat was geïnformeerd over de mogelijkheid om individuele omstandigheden aan te voeren ter verkorting van het inreisverbod.
Verder concludeerde de Raad dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom het inreisverbod voor de maximale duur van vijf jaar was opgelegd, terwijl de regelgeving een groepsgewijze benadering kent met mogelijkheden tot verkorting bij bijzondere individuele omstandigheden. De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het inreisverbod en bevestigde het overige vonnis van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het inreisverbod van 31 januari 2012 wordt vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsvereisten.