Eiseres heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 18 augustus 2021. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden een besluit genomen. Na ingebrekestelling op 15 augustus 2022 en het verstrijken van de termijn zonder besluit, heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank legt een termijn van twee weken op aan de Staatssecretaris om alsnog een besluit te nemen, ingaande na verzending van deze uitspraak.
Vanwege de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND kan de rechtbank geen bestuurlijke dwangsom vaststellen, maar op grond van een eerdere uitspraak is de rechtbank bevoegd om een dwangsom op te leggen bij overschrijding van de opgelegde termijn. Daarom wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €7.500, opgelegd voor iedere dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiseres, vastgesteld op €379,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op 28 oktober 2022.