ECLI:NL:RBDHA:2022:15410

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2022
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
AWB 22/8209 en AWB 22/8210
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005Art. 7 lid 1 onderdeel l Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005Art. 8:54 lid 1 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:83 lid 3 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen beëindiging opvangvoorzieningen statushouder

Eiser, een statushouder, werd mondeling meegedeeld dat zijn opvangvoorzieningen per direct zijn beëindigd omdat hij zich drie keer achtereenvolgens niet had gemeld bij het COA op de aangewezen dagen. Eiser stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek beoordeeld zonder zitting.

Volgens artikel 12 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 eindigt de opvang van rechtswege indien de asielzoeker niet tijdig instemt of zich niet meldt. Eiser gaf redenen op voor zijn afwezigheid, maar deze rechtvaardigen het niet melden niet. De mededeling van beëindiging is een kennisgeving van een reeds ingetreden rechtsgevolg en geen besluit.

Daarom oordeelt de rechtbank en voorzieningenrechter dat zij onbevoegd zijn om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Tegen de uitspraak over het beroep kan een verzetschrift worden ingediend binnen vier weken, maar tegen de uitspraak over de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvangvoorzieningen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 22 / 8209 en AWB 22 / 8210
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 24 december 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker/eiser (hierna: eiser)

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), verweerder

(gemachtigde: mr. I.A. van der Valk – in ’t Veen).

Procesverloop

Aan eiser is mondeling meegedeeld dat de opvangvoorzieningen per direct zijn beëindigd.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Partijen hebben over en weer hun standpunten toegelicht.
Het houden van een zitting is achterwege gelaten. [1]

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.

Overwegingen

1. In artikel 12, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva) staat dat de asielzoeker aan wie een verblijfsvergunning is verleend, en die in afwachting is van het betrekken van woonruimte in de gemeente, verstrekkingen krijgt aangeboden als het COA hiermee instemt. In het tweede lid staat dat de asielzoeker zich iedere twee weken bij het COA moet melden en de in het eerste lid bedoelde instemming moet hebben verkregen. Als geen instemming is verkregen eindigt de opvang zoals staat in artikel 7, eerste lid, onderdeel l, van de Rva.
2. Het is niet in geschil dat eiser zich drie keer achter elkaar niet heeft gemeld bij verweerder op de daarvoor aangewezen dagen en tijdstippen (namelijk op 6 december, 13 december en 20 december 2022). Gelet op de hiervoor aangehaalde bepalingen eindigen de opvangvoorzieningen dan van rechtswege. Dat eiser redenen noemt waarom hij zich niet heeft gemeld (zo was hij op bezoek bij een vriend en was hij twee keer verhinderd om zich te melden vanwege zijn werk), betekent niet dat hij zich niet hoeft te melden. Dat hij zich niet op tijd heeft gemeld, komt voor zijn rekening.
3. Zoals verweerder heeft gesteld, is er dan ook alleen maar sprake van een kennisgeving en uitvoering van een al ingetreden rechtsgevolg. De mondelinge mededeling is om die reden geen besluit, of een feitelijke handeling die moet worden gelijkgesteld met een besluit.
4. De rechtbank en voorzieningenrechter zijn daarom kennelijk onbevoegd om van het beroep en het verzoek kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier, op 24 december 2022.
De rechter is verhinderd het
proces-verbaal te ondertekenen
griffier (voorzieningen)rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het niet eens bent met de uitspraak over het beroep, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Tegen de uitspraak over de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:54, eerste lid en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.