ECLI:NL:RBDHA:2022:15410
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen beëindiging opvangvoorzieningen statushouder
Eiser, een statushouder, werd mondeling meegedeeld dat zijn opvangvoorzieningen per direct zijn beëindigd omdat hij zich drie keer achtereenvolgens niet had gemeld bij het COA op de aangewezen dagen. Eiser stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De rechtbank heeft het beroep en het verzoek beoordeeld zonder zitting.
Volgens artikel 12 van Pro de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 eindigt de opvang van rechtswege indien de asielzoeker niet tijdig instemt of zich niet meldt. Eiser gaf redenen op voor zijn afwezigheid, maar deze rechtvaardigen het niet melden niet. De mededeling van beëindiging is een kennisgeving van een reeds ingetreden rechtsgevolg en geen besluit.
Daarom oordeelt de rechtbank en voorzieningenrechter dat zij onbevoegd zijn om kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening. Tegen de uitspraak over het beroep kan een verzetschrift worden ingediend binnen vier weken, maar tegen de uitspraak over de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van opvangvoorzieningen.