ECLI:NL:RBDHA:2022:15417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen verlenging maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is op 2 mei 2022 in bewaring gesteld en deze maatregel is op 27 oktober 2022 met maximaal twaalf maanden verlengd. Eiser stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de zienswijze van eiser te laat was ingediend en daarom terecht niet in behandeling is genomen. Verder heeft eiser geen specifieke beroepsgronden aangevoerd tegen de voorwaarden voor verlenging. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat aan de voorwaarden is voldaan, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en de benodigde documentatie uit Nigeria nog ontbreekt.
Eiser voerde aan dat het zicht op uitzetting ontbrak vanwege de vereiste negatieve covid-test en een lopende procedure op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de covid-test voor rekening en risico van eiser komt en dat de procedure een tijdelijke belemmering is die het zicht op uitzetting niet uitsluit.
Ten aanzien van het opleggen van een lichter middel stelde de rechtbank dat dit niet doeltreffend zou zijn omdat eiser niet actief meewerkt aan zijn terugkeer. Ook de medische situatie van eiser rechtvaardigt geen andere beoordeling. De rechtbank concludeerde dat het verlengingsbesluit niet onrechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.