ECLI:NL:RVS:2022:917
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks weigering coronatest voor overdracht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 7 februari 2022 in bewaring. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze maatregel en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij voerde aan dat de bewaring niet effectief is omdat hij weigert de voor overdracht noodzakelijke coronatest te ondergaan, waardoor hij kennelijk alleen in bewaring wordt gehouden vanwege de toepassing van de Dublinverordening.
De Raad van State oordeelde dat de weigering van de PCR-test voor rekening en risico van de vreemdeling komt en niet betekent dat er geen zicht is op uitzetting of overdracht. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd ondanks zijn weigering de coronatest te ondergaan.